In voorbereiding

Werkprogramma AIV 2018-2020

Onderwerpen op het gebied van Europese integratie

1.   De toenemende rol en invloed van China in de EU
Dit onderwerp raakt aan de institutionele vormgeving van de globale verhoudingen. Bij de behandeling van dit onderwerp kan de AIV kijken naar het Chinese beleid ten aanzien van strategische overnames in Europa, investeringen in onder meer (Griekse) havens door de Chinese overheid en de samenwerking tussen China en Centraal- en Oost-Europese landen in het kader van de zijderoute. Ook kan de AIV kijken naar de rol van de EU als voorvechter van het multilaterale systeem, bezien in samenhang met de positie van China ten aanzien van het multilaterale handelssysteem en het klimaatakkoord van Parijs.

2.   Migratie
In een AIV-advies zou de nadruk kunnen worden gelegd op de samenhang tussen het migratievraagstuk, de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de EU-buitengrens en het externe beleid van de EU. Het onderwerp is nu nog onvoldoende uitgekristalliseerd in nieuwe politieke evenwichten en nieuwe politieke deals binnen de EU (o.a. Dublin) en door de EU (met derde landen). Het probleem wordt vooruitgeschoven, waardoor het huidige Europese asielstelsel niet klaar is voor een volgende crisis. Dit onderwerp raakt ook aan het functioneren van Schengen.

Onderwerpen op het gebied van mensenrechten

1.  Universaliteit van mensenrechten: Narratief 2.0
De universaliteitsgedachte van de mensenrechten staat internationaal onder druk. Deze discussie is op zichzelf niet nieuw, maar opkomende machten als Rusland, China, Turkije, Saoedi-Arabië en de relatieve verzwakking van de Verenigde Staten (VS) en binnen Europa geven deze wel een nieuwe impuls. Daarnaast worden in toenemende mate ook in de VS en Europa vraagtekens gezet bij het belang van mensenrechten. Terwijl de mensenrechten na het einde van de Koude Oorlog internationaal grote populariteit genoten, lijkt het pleidooi voor mensenrechten de laatste jaren sleets en diffuus geworden. Veel mensen zetten vraagtekens bij de inclusiviteit van mensenrechten, mede omdat liberalisering van markten, vrijhandel, privatiseringen na de Koude Oorlog ook hebben geleid tot meer economische ongelijkheid. Het narratief van China (nadruk op gemeenschap en sociaaleconomische rechten en gelijkheid) en van de VS onder president Trump (America first) concurreren hiermee. De AIV kan de achtergronden van deze problematiek en de bijbehorende deelaspecten en trends (krimpende maatschappelijke ruimte) in een advies nader uitwerken, en uiteenzetten waarom een actief Nederlands mensenrechtenbeleid een noodzakelijke pijler blijft van het buitenland- en veiligheidsbeleid. Daarbij kan ook gekeken worden naar de reikwijdte van het mensenrechtenconcept. Van daaruit kan de AIV elementen aanreiken voor een actueel mensenrechtennarratief.

2.  De invloed van (informatie)technologie op de ontwikkeling van mensenrechten
De digitale revolutie heeft de wereld de afgelopen twintig jaar ingrijpend veranderd. ICT en internet hebben de wereld niet alleen kleiner gemaakt, maar ook gefragmenteerd. Digitalisering en robotisering hebben geleid tot meer flexibele en onderbetaalde arbeid en daarmee tot meer economische ongelijkheid en bestaansonzekerheid. Daarnaast hebben technologische ontwikkelingen ook in gewapende conflicten veel veranderd, zowel voor de agressors als voor de betrokken burgers.1 De AIV kan in een advies zowel de positieve als de negatieve effecten van deze ontwikkelingen voor de mensenrechten onderzoeken. Hierbij kan worden gedacht aan de democratiserende effecten die het massale gebruik van mobiele telefoons bieden, doordat dit toegang tot onder andere vrije meningsuiting en informatie over mensenrechten faciliteert (bijvoorbeeld de Twitterrevolutie in Egypte). Daarnaast zou moderne technologie kunnen worden ingezet om verkiezingswaarneming en transparantie te bevorderen. Ook kan moderne technologie op het gebied van veiligheid en grensbewaking worden gebruikt, om bijvoorbeeld mensenhandel en drugscriminaliteit tegen te gaan. Anderzijds kan worden onderzocht hoe informatietechnologie mensenrechten ondermijnt. Daarbij kan worden gedacht aan de invloed van sociale media op het recht op privacy (zie recente ontwikkelingen rondom Facebook), de gevaren van fake news voor verkiezingscampagnes en de initiatieven van de Chinese overheid om een ‘sociaal kredietsysteem’ op te zetten.

Onderwerpen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking

1. Digitalisering en Innovatie: Technologie in Afrika
Digitalisering verandert het landschap in Afrika. Sociale media en mobiele telefoons worden gebruikt voor de uitbreiding van handel en diensten, waaronder prijsbepaling van producten, nieuwe afzetmarkten, organisatie van de keten, betalingen, dienstverlening, medische toepassingen en scholing. De e-revolutie in Rwanda is een goed voorbeeld van de nieuwe mogelijkheden die digitalisering biedt om Afrika in de voorhoede van nieuwe ontwikkelingen te brengen. Nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld blockchain technologie, the internet of things en big data) vragen ook om opleidingen in deze sector.

Er zijn tevens risico’s voor Afrika. In Afrika wordt steeds meer gebruik gemaakt van bitcoins om valutaschommelingen (en een zwakke Centrale Bank) te compenseren. Is dit een wenselijke ontwikkeling? Verder dreigt het ontstaan van nieuwe afhankelijkheden, het verlies van controle over data en privacy en een groeiende schuld als gevolg van investeringen in deze sector. De vraag is onder welke voorwaarden Afrika’s belang gediend is bij de aansluiting op het wereldwijde internet van data en diensten.

Nederland is een voorloper op het gebied van cyber en crypto en maakt zich in de Europese Unie sterk voor de ontsluiting van bestaande onderzoeksdata van wetenschappelijke en academische instellingen in het kader van Go-FAIR (Findable, Accessible, Interoperable en Reusable). Nederlandse expertise in digitalisering kan worden ingezet om economieën in Afrika te ondersteunen.

In de beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ kondigt de regering aan digitalisering te willen stimuleren om een impuls te geven aan meer duurzame en inclusieve groei in de wereld en ter ondersteuning van ontwikkeling. In het kader van de kansen en bedreigingen van digitalisering is het van belang te onderzoeken:
(a) Welke steun Afrika nodig heeft om te profiteren van de digitale ontwikkelingen, en op welke wijze kansen kunnen worden gemaximaliseerd en bedreigingen kunnen worden geminimaliseerd; en
(b) Hoe de Nederlandse regering in samenwerking met Nederlandse kennisinstellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties vorm kan geven aan een beleid dat Afrika ondersteunt in het proces van digitalisering.

2.  De toekomst van werk: effectieve paden naar banen in Afrika en het Midden-Oosten
Op het Afrikaanse continent zijn tussen nu en 2050 elk jaar ca. 15 miljoen nieuwe banen nodig om te voorzien in het levensonderhoud van de snel groeiende bevolking. De private sector is de motor achter werkgelegenheidsgroei. Nieuwe banen zullen vooral tot stand komen via lokale, nationale en internationale bedrijven; zowel in de kleine en middelgrote bedrijven als in het grootbedrijf; zowel op het platteland als in de snel groeiende stedelijke gebieden en zowel in de informele als formele sectoren. Beleid moet ervoor zorgen dat opleidingen geschikt zijn voor het veranderende werkklimaat en dat werkgelegenheid groeit in groene, duurzame sectoren.

Met de beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ wil de Nederlandse regering een bijdrage leveren aan duurzame ontwikkeling en effectieve werkgelegenheidsgroei (vooral bij jongeren en vrouwen in Afrika en het Midden-Oosten) en daarmee aan de realisatie van de SDG’s. De beleidsnota schetst  de prioriteiten met betrekking tot buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, maar het financieringsinstrumentarium moet nog worden uitgewerkt. Een kernpunt van het Nederlandse BHOS-beleid is om de Dutch Diamond als hefboom te gebruiken: Nederland heeft een unieke capaciteit om innovatie en transformatie te bevorderen door middel van partnerschappen tussen private (bedrijfsleven) c.q. financieringsinstellingen, kennisinstellingen, maatschappelijk middenveld en overheidsinstellingen. Nederlandse actoren kunnen een concrete en significante bijdrage leveren aan de noodzakelijke economische transformatie en werkgelegenheidsgroei. Uitgangspunt is dat economische bedrijvigheid alleen kan gedijen in een context van veiligheid, vertrouwen en rechtszekerheid met betrekking tot investeringen.

Belangrijke vragen voor nadere uitwerking zijn:
1)  Waar ligt de behoefte in Afrika en het Midden-Oosten en hoe kan de groeiende vraag van een groeiende bevolking worden vastgesteld? Nieuwe perspectieven op effectieve werkgelegenheidsgroei: ligt dat bij manufacturing en intensivering van de landbouw, of vooral op nieuwe economische terreinen zoals groene industrie en landbouw, IT en digitalisering (SDG 8)? Welke concrete doelstellingen kunnen hieraan worden gekoppeld, evenals impact assessment criteria voor werkgelegenheidsgroei en duurzame ontwikkeling in de focusgebieden?
2) Welke Nederlandse kennis en kunde kunnen worden gebruikt ten behoeve van internationale samenwerking bij innovatie, met de SDG-impact criteria als rode draad?
3) Hoe kan, door krachtenbundeling van de verschillende actoren en met behulp van innovatieve financiering, de ingezette professionalisering van de ontwikkelingssamenwerkings- en handelsagenda doorgezet worden?
4) Wat zijn de noodzakelijke institutionele randvoorwaarden voor de private sector om te kunnen ondernemen op een manier die Afrika ondersteunt bij het creëren van banen en coherent is met de andere SDG’s?

Bij dit advies zal een aantal belangrijke randvoorwaarden in beschouwing genomen worden:
- de bevordering vam circulaire economieën en klimaatbeleid in ontwikkelingslanden (SDG 7, 9, 12);
- de aanpak van ongelijkheid (inkomen, vermogen, toegang natuurlijke hulpbronnen) (SDG 10);
- sociale bescherming en veerkracht, in het bijzonder van vrouwen en meisjes (SDG 1-5, 8, 10); 
- duurzame en inclusieve stedelijke ontwikkeling die samenwerking bevordert tussen alle relevante actoren (SDG 11) en;
- een context van veiligheid, vertrouwen en rechtszekerheid met betrekking tot investeringen (SDG 16).

3. Opvang vluchtelingen in de regio (Afrika)
Eind 2017 waren wereldwijd ruim 68 miljoen mensen op de vlucht, meer mensen dan na de Tweede Wereldoorlog. Het merendeel wordt opgevangen in de regio. Het gebrek aan basisvoorzieningen, economische integratie en burgerschap vormen daarbij grote knelpunten. Ook wordt de veiligheid van vluchtelingen en ontheemden bedreigd door criminaliteit, waaronder mensenhandel en rekrutering door terroristische organisaties. Vanuit ontwikkelingsperspectief liggen er evenwel ook kansen voor de economie in de gastlanden. Zo bevinden zich in Ethiopië industriële parken, en zijn er mogelijkheden voor investeringen en bijdragen aan innovatie en
starters in de informele economie. 

De volgende adviesvragen zouden in het kader van dit onderwerp aan bod kunnen komen:

  • Hoe kunnen investeringen worden aangetrokken voor de economische integratie van vluchtelingen en ontheemden in de regio?
  • Welke vorm van educatie en innovatie kan bijdragen aan de economische integratie van vluchtelingen en ontheemden?
  • Hoe kan de rechtsstaat worden versterkt, zodat integratie ondersteund wordt door een veilige omgeving gebaseerd op burgerschap in plaats van stateloosheid?
  • Op welke manier kunnen mensenhandel en terroristische organisaties die vluchtelingen rekruteren, worden bestreden zodat de bescherming van vluchtelingen wordt vergroot?

Onderwerpen op het gebied van vrede en veiligheid

1. De veiligheidspolitieke ontwikkelingen in het Caribisch gebied en hun weerslag op het Koninkrijk
De Nederlandse staat draagt de verantwoordelijkheid voor de buitenlandse betrekkingen en de verdediging van het gehele Koninkrijk en dus ook voor het Caribische deel (Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint-Maarten, Sint-Eustatius en Saba). Daarom zijn de Nederlandse krijgsmacht, marechaussee en de kustwacht daar permanent aanwezig en verrichten zij taken als grensverdediging en bescherming tegen internationale (drugs-)criminaliteit. Dit deel van het Koninkrijk valt overigens niet onder het verdragsgebied van de NAVO. De dreigingen in de regio worden vooral bepaald door internationale criminaliteit en de wijze waarop deze het Koninkrijk in de regio en in Europa raken. Daarnaast spelen ook andere factoren een rol, zoals destabilisatie in landen in de regio, die onder andere migratiestromen richting de VS en het Koninkrijk tot gevolg (kunnen) hebben. Onder meer de situatie in Venezuela is zorgelijk.

In deze context dienen zich belangrijke vragen aan: hoe functioneert de veiligheidsarchitectuur van het Koninkrijk in het Caribisch gebied? Is deze in het licht van reële en actuele dreigingen robuust en effectief? Zijn de huidige Nederlandse inspanningen in dit kader toereikend?

2. Geopolitieke rol van Turkije
Het geopolitieke krachtenveld is sterk in verandering. Met het aantreden van de nieuwe Amerikaanse president worden andere accenten gezet, staat het politieke en economische gewicht van de EU onder druk - onder meer vanwege de Brexit -, neemt de militaire en economische macht van China toe, en is er sprake van toenemende assertiviteit van buren van de EU, zoals Rusland, Turkije en Iran. Er voltrekken zich ingrijpende veranderingen in de binnenlandse en buitenlandse politiek van Turkije. Sinds de militaire coup zijn de binnenlandse spanningen toegenomen, staan de rechtsstaat, mediavrijheid en mensenrechten onder druk, en heeft de Turkse president Erdogan door middel van een referendum veel macht naar zich toegetrokken. Wijzigingen in het Turkse buitenlands beleid waren al eerder ingezet, maar kregen in de nasleep van de coup een extra stimulans. Dit heeft zich onder meer geuit in een veel hardere opstelling jegens het Westen en in toenadering tot Rusland. In de Midden-Oosten regio vaart Turkije meer een eigen koers, waarbij het zich militair manifesteert in zowel Syrië als in Irak, hetgeen soms schuurt met het optreden van de internationale coalitie. Turkije heeft recent de banden verder aangehaald met Rusland, waarbij alsnog overeenstemming werd bereikt over de Russisch-Turkse gaspijplijn Turkstream. Ook lijkt Turkije in toenemende mate invloed te willen verwerven in landen en gebieden waar Turkije een historische presentie heeft gehad.
Het (externe) buitenlandbeleid van Turkije krijgt voor meerdere landen een sterke binnenlandse dimensie en vice versa. Door onder andere het mobiliseren van de Turkse diaspora of Turkse media in het buitenland streeft Turkije geregeld nationale belangen buiten de eigen landsgrenzen na. Dit leidt in sommige gevallen tot ongewenste buitenlandse inmenging en stuit op weerstand bij verschillende landen.
Voornoemde elementen zorgen voor voortdurende dynamiek in de relatie met de EU en de NAVO, waarbij zich vaak nieuwe uitdagingen aandienen en waarbij bestaande samenwerking kan worden belast. Turkije is tegelijkertijd een NAVO-bondgenoot van groot strategisch belang. Het land heeft na de VS de grootste krijgsmacht en is qua inwonertal de op twee na grootste bondgenoot. Tevens is Turkije een belangrijke bondgenoot in de strijd tegen ISIS en cruciaal voor de opvang van vluchtelingen en migranten. Daarnaast is Turkije een belangrijke handelspartner voor Nederland.

3. Conflictpreventie
Conflictpreventie staat prominent opgenomen als doel 1 van de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie. Doel 2 gericht op het voorkomen van gewelddadig extremisme raakt hier nauw aan. Ook in de nota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ‘Investeren in Perspectief’ is het voorkomen van conflict en instabiliteit een van de hoofddoelen, door een sterkere focus op de grondoorzaken van conflict. En de Defensienota kondigde een conflictpreventieteam aan bij Defensie. Dit dient gezien te worden in het licht van het gegeven dat de Nederlandse belangen de afgelopen jaren hard geraakt werden door grootschalige conflicten rond Europa en de Caribische gebiedsdelen. Daarnaast sluit dit aan bij het toegenomen belang dat de internationale gemeenschap – o.a. EU, de VN(VR), NAVO en de Wereldbank – aan dit thema geeft. Voorkomen van gewelddadig conflict is ook vele malen goedkoper dan steeds weer reactief optreden om opgelaaid geweld te stabiliseren, berekende de Wereldbank recent. Het thema is dus onverminderd actueel en urgent.

De volgende onderzoeksvragen zouden de implementatie van het Nederlandse conflictpreventiebeleid (via multilateraal, EU of bilaterale instrumenten) bevorderen:

  • Op welke wijze kunnen de agenda’s gericht op de aanpak van structurele, lange termijn grondoorzaken (uit de BHOS-nota) en de meer politieke, kortere termijn inzet (uit de GBVS) op voorkomen van conflictescalatie en grootschalig geweld effectiever aan elkaar worden gekoppeld?
  • Hoe kunnen EU-lidstaten een grotere rol spelen om een geïntegreerde, doelgerichte en flexibele EU inzet op conflictpreventie te bevorderen en politiek draagvlak daarvoor te vergroten? Brengt de herziening van het EU-budget ook kansen hiertoe?
  • Welke kansen bieden de ontwikkelingen op het gebied van big data analytics, de beschikbaarheid van real-time, open source en locatie-specifieke informatiebronnen, en de ongekende technologische ontwikkeling op ICT-gebied om conflictrisico’s eerder en beter te kunnen identificeren en analyseren (early warning) en effectiever te kunnen adresseren (early action)? Hoe kan de overheid eventuele kansen beter benutten om de informatiepositie en slagkracht te vergroten?
  • Hoe zou de samenwerking tussen internationale organisaties (EU, VN en regionale organisaties als de AU), Internationale Financiële Instellingen (zoals de WB) en bilaterale donoren op het gebied van conflictpreventie kunnen worden versterkt en in praktijk worden gebracht? Hiertoe zou het nuttig zijn het preventie-instrumentarium in kaart te brengen, zowel bij internationale organisaties als bij International Financial Institutions (IFI’s) en staten, en te benoemen hoe dit instrumentarium effectiever en meer in samenhang kan worden ingezet.

4. Actualisering advies over autonome wapensystemen
Een van de aanbevelingen uit het AIV/CAVV–advies ‘Autonome wapensystemen: de noodzaak van betekenisvolle menselijke controle’ (oktober 2015) betrof het advies aan de regering om, gelet op de snelle ontwikkelingen op het gebied van robotica en kunstmatige intelligentie en de voortgaande internationale discussie hierover, in 2020 de bruikbaarheid van dit advies opnieuw tegen het licht te houden. De Verenigde Staten en China zetten volop in op de doorontwikkeling van geavanceerde algoritmes, machine learning, robotica en drone swarms, mede met het oog op (militaire) veiligheidstoepassingen. Rusland loopt wat betreft de investeringen op deze landen achter, hoewel president Poetin heeft aangekondigd de komende jaren een inhaalslag te willen maken. Ook Europese landen zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk onderstrepen het belang van de nieuwe toepassingsmogelijkheden.

1 Zie ook AIV-advies nr. 102, ‘De bescherming van de burgerbevolking in gewapend conflict: over gebaande paden en nieuwe wegen‘, (2016).
Adviesaanvragen
2018-10-15 Adviesaanvraag EU-China
2018-04-18 Mensenrechten en de SDG's
2018-03-19 Toekomstige rol van kernwapens